Mijn haat-liefde verhouding met eten

IMG_3095

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: mijn relatie met eten is fucked up. En ik weet vrij zeker dat deze verstoorde relatie met eten is ontstaan op de dag dat ik te horen kreeg dat ik diabetes had. Ik was ineens een kind van zes jaar dat geen snoep meer mocht eten op partijtjes, dat een stukje kaas of een appel(!) (want daar zit zogenaamd geen suiker in) mee naar huis kreeg, terwijl andere kinderen een zakje snoep mee kregen. Daar werd ik niet heel gelukkig van. Niet alleen omdat ik geen zakje snoep mee kreeg, maar vooral omdat ik me daardoor anders voelde. En als ik iets niet wilde was het me anders voelen, ik wilde gewoon net zo zijn als alle andere kinderen.

Ik zie nu bij mijn eigen kinderen hoeveel zij bezig zijn met snoep, we proberen dit enigzins binnen de perken te houden, maar suiker blijft een obsessie. Gelukkig kan ik ze dan ook af en toe verwennen met iets lekkers, het lijkt me vreselijk als ik altijd zou moeten zeggen ‘nee, je mag niet vanwege je suikerziekte’. Omdat ik dit natuurlijk zelf wel vaak te horen kreeg, werd snoep een regelrechte obsessie voor mij. Toen ik een jaar of tien was hield ik het niet meer en het stiekem snoepen en het liegen over mijn bloedsuikers begon. Tja als je continu te horen krijgt dat je iets niet mag, dan wil je het juist. Bij mijn beste vriendin thuis hadden ze een kast vol snoep en daar mochten ze van pakken wanneer ze maar wilde, maar de grap was dat mijn vriendin zelden iets pakte. Ja zo nu en dan eens een dropje. En dan 1 dropje! Ik moest meteen de hele zak opeten. Ik denk dat het grootste gedeelte van deze snoepkast in mijn maag is beland. Mijn vriendin heeft nog altijd een hele goede relatie met eten, ze eet heel gezond en lijkt daar geen enkele moeite mee te hebben. God, wat kan ik daar toch jaloers op zijn.

Mijn ouders deden meerdere pogingen om er voor te zorgen dat ik niet meer zou liegen over eten en mijn bloedsuikers. Ze probeerden me te steunen. Zo maakte  mijn moeder lekkere healthy snacks als ik uit school kwam en mijn vader beloofde me cadeaus bij een goede HBA1C. Het mocht een tijd lang helaas niet baten. Het leek wel of ik al die jaren dat ik niets mocht voor mijn gevoel, aan het inhalen was met lekker doen waar ik zelf zin in had. Tel daar de pubertijd nog maar eens bij op en je kunt je een voorstelling maken van mijn gedrag. Er waren weinig tot geen mensen die mij konden motiveren gezond te gaan leven. Het leek waarschijnlijk alsof het mij allemaal niets kon schelen, maar van binnen ging ik kapot. Ik vocht tegen mezelf vol proppen, maar ik had geen rem, wist niet hoe ik mezelf kon stoppen. De kilo’s vlogen eraan en toen ik foto’s van mezelf zag in bikini in Griekenland schrok ik me dood. Het was een soort wake up call. Ik wilde weer gezond en gelukkig zijn. Op mijn 16e zette ik de knop om en zei tegen mijn ouders dat ik graag naar een psycholoog wilde. Iemand valt duidelijk pas te helpen als zijn of haar motivatie uit zichzelf komt, als iemand echt van binnen uit voelt dat hij/zij iets wil veranderen.

Met de psycholoog heb ik heel veel bereikt. Ik begon mijn ziekte te accepteren en leerde om weer met mijn ouders erover te praten en mijn gevoelens te delen. Op de een of andere manier had ik altijd het gevoel gehad dat zij mij niet verdrietig mochten zien. Ik wilde niet dat mijn ziekte hun ook verdrietig zou maken. Toen besefte ik uiteraard niet dat het voor een ouder veel moelijker is als een kind niet wil praten dan wel. Daarnaast kreeg ik door mijn gesprekken met de psycholoog weer een veel gezondere relatie met voeding. Ik viel veel af en zat een stuk lekkerder in mijn vel. Healthy en happy haalde ik mijn VWO diploma. Daarna begon er een ander groot avontuur. Studeren in Amsterdam. Vrijheid blijheid. Wat een feest. En dat is dan ook wat ik voornamelijk deed, feest vieren. Mijn happy en healthy lifestyle raakte weer in het geding door onregelmatige bedtijden, alchol en ongezond eten. Toch lette ik beter op mijn diabetes dan voorheen in de pubertijd. Ik stelde bij waar het nodig was en zorgde dat ik altijd mijn spullen bij me had. Mijn huisgenoten wisten er alles van en steunde me altijd. Bij een hypo moest ik op de bank blijven zitten en haalde ze een glas limo voor me. ‘Extra zoet he Els?” hoorde ik dan vanuit de keuken. Mijn bestie Rose smeerde dan een boterham met extra veel pindakaas, omdat ze wist hoe blij ik daar van werd.

Helaas kwam aan al dat feest vieren ook een eind, er moest ook gestudeerd en later gewerkt worden. Daarnaast ontmoette ik mijn man in Amsterdam, gingen we samenwonen en begon het leven serieuzere vormen aan te nemen. En jawel, daar was ook weer de diabetes die aangepakt moest worden. Mijn HBA1C moest lager zijn. De waardes die ik had in mijn studententijd waren acceptabel voor een losbollige student, maar niet meer voor een werkende vrouw met een toekomstige kinderwens. Dat HBA1C goed krijgen was nog niet zo makkelijk, ik moest mijn eetpatroon aanpassen en wederom werd mijn focus op eten gelegd.

Eten is voor mij niet gewoon genieten van een lekkere maaltijd. Eten staat voor zoveel meer; Het is mijn medicijn, mijn redding als ik een hypo heb, het is mijn vijand als ik te hoog zit en net heerlijk wou gaan lunchen, Het is mijn vriend als ik moe, boos of verdrietig ben, want dan troost het me om me vervolgens weer op mijn flikker te geven door stijgende waardes. Eten is niet gewoon ‘eten’ zoals eten is voor mensen zonder diabetes, eten beinvloedt continu je bloedsuikers die je zo graag onder controle wil houden. Hoe harder ik vecht om een normale relatie met eten te hebben, hoe moeilijker het wordt. Ik ben moe gestreden. Misschien wordt het tijd om te accepteren, dat eten en ik altijd een haat-liefde relatie zullen hebben, dat we voor eeuwig aan elkaar verbonden zijn en dat we er het beste van moeten maken. Elsa zingt het al ‘laat het los, laat het gaan’. Dat is misschien het enige wat me te doen staat, wat me bevrijdt van mijn problematische relatie met voeding. Ik wil zeker een poging wagen om tot acceptatie over te gaan, maar op de dag dat diabetes genezen kan worden sta ik nog steeds als eerste in de rij.

3 gedachtes over “Mijn haat-liefde verhouding met eten

  1. Monique zegt:

    Wat een eerlijk stukje en goed verwoord. Klagen helpt niet, maar het gevecht is soms groot. Toch ben je dankbaar voor de mooie momenten en verdrietig bij de dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn omdat je niet “normaal” bent. Dankjewel hiervoor heel herkenbaar.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s